Hoe moet er omgegaan worden met (delen) van collecties of objecten. Mogen die aangekocht worden of afgestoten? En op welke grond mag dat wel of niet?
Veel collecties zijn over lange periodes gevormd en er zijn meestal maar delen van te zien. Musea verzamelen niet alleen voor presentatie, maar ook met een wetenschappelijke invalshoek. Zo heeft het Rijksmuseum van Oudheden grote collecties die als vergelijking dienen voor andere, vaak nieuwe vondsten. Musea vragen zich tegenwoordig geregeld af of alle voorwerpen nog wel passen binnen de collectie. De vraag is dan of die afgestoten kunnen worden of dat ze behouden moeten worden omdat je niet weet of die voorwerpen in de toekomst weer nodig zijn: bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek of voor een tentoonstelling.
Zo zijn er ook voorwerpen in musea terecht gekomen die voor bepaalde landen of groepen een belangrijk symbool zijn en van zeer groot belang voor hun cultuur. Moeten die op morele gronden aan zo'n land of volk terug gegeven worden, ongeacht de juridische status van eigendom?
In archeologische collecties bevinden zich betrekkelijk veel voorwerpen waarvan bekend is waar ze bij horen of van welk gebouw of monument ze ooit deel uitmaakten. Hoe moeten musea omgaat met dat gegeven? Moet van losse delen weer een heel beeld gemaakt worden? Van losse scherven weer een vaas? En van wie is zo'n min of meer compleet voorwerp dan? Moeten alle bouwfragmenten terug naar het oorspronkelijke gebouw en naar de oorspronkelijke plek?
Vier casussen die de problematiek en discussie over het verzamelen en ontzamelen in musea weergeven zijn de volgende: