Hoever mogen musea gaan in het gebruik van menselijke resten om publiek te werven dan wel voor marketing en merchandising? Lange tijd was het zeer acceptabel om menselijke resten te tonen en daarbij in te spelen op de morbide nieuwsgierigheid van mensen om publiek te trekken naar tentoonstellingen, films en evenementen. Vooral afwijkende zaken, zowel in lichamelijke als volkenkundige zin (een siamese tweeling, "negers" in semi-autenthieke setting, etc.) waren populair. De recente tentoonstelling 'Bodies' in de Beurs van Berlage, waarin volledig ontlede, ‘geplastineerde' lijken uit China te zien waren, past in deze traditie.
De mummiehoofden die het Rijksmuseum van Oudheden in de tentoonstelling Verboden te Verzamelen liet zien en waarvan ook afbeeldingen hiernaast staan zijn tegenwoordig zelden meer zien in de museale presentaties. Ze worden vaak als schokkend ervaren en hebben zelden een belangrijke meerwaarde in een tentoonstelling.
ICOM-code 2007, art. 4.3 Het tentoonstellen van gevoelig materiaal
Bij het tentoonstellen van menselijke resten en materiaal met een religieuze betekenis worden professionele maatstaven in acht genomen en worden de belangen en overtuigingen van de gemeenschap, etnische of religieuze groep, waartoe de voorwerpen beheerden, geëerbiedigd. Zij worden getoond met omzichtigheid en met respect voor de algemene gevoelens van menselijke waardigheid.
Waar ligt de grens tussen het 'eerbiedig' tonen van menselijke resten en wanneer wordt er ingespeeld op de sensatiezucht van het publiek? En waarom zou het verkeerd zijn om bijvoorbeeld een rariteitenkabinet in de presentatie te tonen?
Geef uw mening via de 'discussieknop' boven de afbeeldingen.