Menselijke resten vertellen veel over het verleden en worden ook geregeld gevonden bij opgravingen. Hoe kunnen musea het beste omgaan met dit menselijke materiaal?
Het verzamelen en presenteren van menselijke resten leidt van oudsher tot discussies. Er wordt veel betekenis aan menselijke resten gehecht om culturele en religieuze redenen, vooral waar het de leden van de eigen groep betreft. En niemand vindt het een prettig idee dat er onzorgvuldig wordt omgegaan met onze restanten en die van degenen om ons heen. Archeologen komen bij hun graafwerk veel in aanraking met menselijke resten. Deze zijn, vanuit een wetenschappelijk oogpunt, een belangrijke bron van kennis en informatie. In de loop van de tijd zijn wetenschappers veel te weten gekomen over vroegere mensen. Met steeds weer nieuwe vragen en technieken, zoals DNA-onderzoek of isotopenonderzoek, kan steeds opnieuw kennis uit bestaande collecties onttrokken worden.
Sommige menselijke resten vinden we zo bijzonder dat ze ook als presentatieobject verzameld zijn: b.v. Egyptische mummies, hele vroege mensachtigen of Drentse veenlijken. Deze worden ook volop aan het publiek getoond, dat er een grote belangstelling voor heeft. Dat leidt geregeld tot discussies. In 2007 bij tentoonstelling 'Bodies' in de Beurs van Berlage bijvoorbeeld en ook de fysisch antropologische collecties van het Tropenmuseum haalde ruimschoots de media.
Vier casussen die de problematiek en discussie over de omgang met menselijke resten in musea weergeven zijn de volgende: