De regels en opvattingen over wat legaal en illegaal bezit van cultureel erfgoed is, zijn in de loop van de jaren verschoven. Nederland heeft tot op heden weinig wetten en regels om cultureel erfgoed te beschermen, zeker in vergelijking met herkomstlanden; veel organisaties leggen zichzelf daarom steeds strengere gedragscodes op.
De collecties van musea zijn vaak over lange periodes bijeen gebracht. Bij het verzamelen is de legitieme herkomst van objecten een steeds belangrijkere voorwaarde geworden. De opvattingen hierover zijn aanmerkelijk strenger geworden. Lange tijd gold: als na zorgvuldig onderzoek een verwerving niet aantoonbaar illegaal is, is het legaal. Tegenwoordig is er de neiging dat om te draaien: als het niet aantoonbaar legaal is, is het illegaal. Volgens de standaarden en wetten van hun tijd zijn objecten vaak legaal verworven, ook al vinden we nu misschien dat sommige praktijken niet meer door de beugel kunnen.
Nederland heeft weinig wetten en regels waarmee cultureel erfgoed beschermd wordt. Veel verdragen zijn niet ondertekend of in wetgeving omgezet. Ook op Europees niveau is de wettelijke bescherming beperkt. Landen waar veel archeologisch erfgoed vandaan komt, zoals de landen rond de Middellandse Zee, zijn vaak veel strenger. Én ze passen die regels steeds strenger toe. Dat komt ook omdat steeds duidelijker is geworden dat de handel in illegaal opgegraven materiaal "big business" is.
Behalve strengere regels en betere handhaving, leggen internationale organisaties van musea en van archeologen zichzelf steeds strengere gedragscodes op. Deze zijn veel strenger dan de Nederlandse wetgeving: zo gaan ze ervan uit dat de leden van de betreffende verenigingen handelen volgens de internationale verdragen die Nederland als land bewust niet heeft aanvaard.
Vijf casussen die de problematiek en discussie over herkomst in musea weergeven zijn de volgende: