Musea worden gezien als deskundige en betrouwbare instellingen. Maar over het verleden beschikken we meestal over beperkte informatie, waarmee musea toch graag een goed verhaal vertellen. Hoe vinden musea de balans tussen historische juistheid en een goed verhaal?
Musea worden nog altijd gezien als baken van kennis, als inhoudelijke autoriteit. Het is daarom belangrijk dat de informatie die musea verstrekken betrouwbaar is. Maar over veel zaken en voorwerpen uit het verleden is maar weinig bekend. Op grond van die schaarse gegevens proberen wetenschappers en musea kloppende en interessante verhalen te vertellen. Wetenschap en museumwerk is dus ook mensenwerk en mensen slaan de plank wel eens mis. Hoe gaan musea om met de kwestie of iets echt is of vals, zeker als het om veel geld gaat? En of de informatie die gegeven wordt, ook inderdaad wetenschappelijk correct is, ook als reputaties in het geding zijn? Hoe restaureer en presenteer je (resten van) voorwerpen die in de loop van de geschiedenis incompleet zijn geraakt? Hoe ver ga je in het populariseren van kennis en informatie? Presenteer je een tentoonstelling onder de commercieel aantrekkelijke titel 'De Kelten' of onder de wetenschappelijk juistere titel 'ijzertijd'?
Drie casussen die de problematiek en discussie over kennisverspreiding in musea weergeven zijn de volgende: